Dat de Fries-Groningse formatie Fling zondagavond in Sijbrandahuis veel publieke belangstelling zou krijgen. was van te voren bekend. Alle beschikbare kaarten voor het concert in de kloosterkapel waren namelijk in de voorverkoop al verkocht.
Het concert van Fling begon instrumentaal en zonder Gerrit Breteler, die behalve de zang ook de toetsen, de bodhran en een enkele keer de gitaar voor zijn rekening neemt. Het grappige was, dat uitgerekend hij, toen hij aan het eind van het eerste nummer het podium betrad, "Tanke wol" tegen het voor zijn collega's applaudisserende publiek zei. Zijn collega's zijn: Evertjan 't Hart (uillean pipes en tinwhistle), Peter Zijlstra (viool), Khoji Wesselius ( fluiten), Toon van den Boogaard (gitaar) en Niels Schotsman (percussie).
Met elkaar 'knalden' de muzikanten er, om het maar eens met Gerrit Bretelers woorden te zeggen, geregeld Ierse en Schotse jigs en reels uit'" maar ook schotelden zij het publiek gevoelige airs en veelzeggende ballads voor. De sound van alle Flingmuziek is onvervalst Keltisch, hetgeen niet wil zeggen, dat alle muziek van de groep van Keltische oorsprong is. De air "As the rain sets in" is bijvoorbeeld vlak bij huis, in Brantgum, geschreven. Het is het eerste nummer van de CD -Tbc Wild Swans At coole". Deze CD, waarvan ook de titelsong, op tekst van Yeats, en de nummers "The fisherman", "I live not where I love", "The lakes of the Pontchartrain- en "Hush, hush- ten gehore werden gebracht, heeft inmiddels een opvolger. namelijk---The Blackbird',
Vanzelfsprekend kregen zondagavond ook nummers van deze CD een live-vertolking. Heel bijzonder klonken de titelsong met zijn trage melodie en drukke percussieondersteuning en het nummer "Sporting Paddy-. Slechts heel even vroeg ik me bij het laatstgenoemde nummer af: Is het eigenlijk al begonnen" Op dit nummer na, had elk ander nummer een duidelijk begin. Voor zo'n begin moest wel eens even een gitaar van de "rock & roll positiex (aldus Gerrit) in een andere worden gebracht of een instrument van stroom worden voorzien ("Ik zal jou even aanzetten"), maar de start liet niets te wensen over. Het einde van de nummers trouwens ook niet, al kwam dat bij de snelle reels en jigs toch elke keer weer onverwacht.
Het virtuoze spel van de muzikanten in deze nummers betoverde je zodanig, dat je motiefherhalingen niet als saai ervoer, maar ze tot in het oneindige zou kunnen horen. Voor een groot deel kwam dat natuurlijk ook door de wisselende instrumentale kleuren binnen het geheel. Het meest opvallende instrument in het ensemble is ongetwijfeld de lerse doedelzak ofwel de uillean pipes. Samen met de viool geeft dit instrument aan veel nummers hart en ziel. De werking ervan demonstreerde Evertjan 't Hart met een hele mooie solo. De muzikant heeft aan het instrument, zoals bleek zijn armen (die zorgen voor de luchttoevoer) vol.
Een man, die niet zijn armen, maar wel zijn handen vol heeft aan zijn instrumentarium, is percussionist Niels Schotsman. Afgezien van de enkele keer, dat hij stokken gebruikte, namen zijn handen zondagavond het hele arsenaal voor hun rekening. En hoe. Het kan niet anders, of de man heeft ontzettend veel eelt op zijn handen. Maar absoluut niet op zijn ziel, althans voor zover het de muziek betreft. Eigenlijk geldt dat laatste voor alle muzikanten van Fling. Immers, zelfs bij een niet bedoelde dissonant van fluit en whistle of enige onzuiverheid bij de gitaar als bijvoorbeeld in het lied over de Ier in Amerika. weten zij de intentie van een nummer nog recht te doen. Dat zegt voldoende, zoniet alles over de kwaliteit van de groep.
RENNIE VEENSTRA |